Peter Leendertse
Peter Leendertse
Ik laat het goede groeien door...

altijd simpele en praktische oplossingen te zoeken voor duurzaamheidsvragen. Daar hoort het ontwarren van soms ingewikkelde knopen bij. Ik ben gedreven op inhoud, breng mensen bij elkaar en heb een lange adem. Die laatste komt altijd van pas, zowel in mijn werk als tijdens het sporten. Bij wielrennen, schaatsen of een 3-setter bij tennis is een lange adem altijd handig. Mijn motto: het is pas klaar als het in de praktijk werkt.

Achtergrond

Mijn favoriete opdrachtgever weet dat ik geboren en getogen ben op een boerderij in Zeeland – op de zware Zeeuwse klei – en daarna als milieukundige geleerd hebt hoe (on)duurzaamheid te onderzoeken. Zeker in deze woelige tijden is het kennen van de werelden van landbouw en milieu cruciaal om tot resultaat te komen. Volhardend werken richting een praktisch, bruikbaar resultaat. Dat vindt mijn favoriete opdrachtgever de moeite waard.

Favoriete impactdomein

In water zit echt alles. Helaas soms letterlijk…. Water is echt Nederlands en een metafoor voor duurzaamheid. We hebben het hard nodig. Denk aan drinkwater en water voor ons voedsel (en natuurlijk om ‘s winters op te schaatsen). Vaak te veel, steeds vaker te weinig, ook wereldwijd gezien. Ik ben gepromoveerd op onderzoek naar vervuiling van de Waddenzee. In mijn werk ben ik bijna dagelijks bezig met de analyse en het oplossen van allerlei watervraagstukken. Hoe komen we af van te veel chemische stoffen, zoals pesticiden in het water? Hoe houden we water vast? Hoe houden we voldoende water beschikbaar op onze aardbol?

Verbinding

Verbinding en samenwerking is cruciaal om stappen op het gebied van duurzaamheid te zetten. Ook binnen CLM is het heel belangrijk. Juist omdat we zoveel diversiteit aan kennis in huis hebben. Als trekker van ‘duurzame teelt’ en als adjunct directeur werk ik samen met allerlei collega’s. Binnen mijn projecten zoek ik de verbinding met:

 

Eric Hees

Jenneke van Vliet

Luuk Lageschaar

Richard Folkersma

Joost Lommen

Margot Veenenbos

Meest aan mij gestelde vraag

Verreweg de meeste vragen die ik krijg gaan over gewasbescherming. De een spreekt over gewasbeschermingsmiddelen, de ander over landbouwgif. Stoffen die telers wereldwijd gebruiken om de gewassen en hun oogst te beschermen, maar de stoffen komen in het milieu en bij de mens terecht. Ondanks verbeteringen zijn er aanhoudend zorgen over de effecten van de stoffen. CLM en ikzelf hebben veel kennis opgebouwd over dit vraagstuk. In de aard van de vragen voel je de impact op ons leven.

Zouden mijn bijen zijn doodgegaan door pesticiden?
Weet je hoe groot het risico van middelengebruik op Parkinson is?
Kan CLM de voortgang van het gewasbeschermingsbeleid evalueren?
Kan CLM zorgen dat onze telers duurzame groente en fruit zonder risicovolle pesticiden leveren voor onze supermarkt?

 Vragen die uitdagen en een lange adem vragen.

Inspirerende cases

Mijn werk is een uitdaging. Het is bijzonder divers en vraagt interactie met veel mensen en organisaties. De casus ‘Supermarkt aan Zet’ vind ik inspirerend. Hierin hebben we een grondige analyse gedaan om te laten zien dat supermarkten via een duurzaam keurmerk grote stappen kunnen zetten op het gebied van verduurzaming. Prachtig om te zien dat deze analyse een beweging in gang heeft gezet. Met ondersteuning van CLM hebben supermarkten gekozen voor ‘Planet Proof’. Dit is een keurmerk waaraan CLM in de jaren voor de introductie een stevige inhoudelijke bijdrage heeft geleverd. Puzzelstukjes vielen op hun plek op het moment dat de supermarkten deze keuze maakten. En met steun van CLM heeft de supermarkt die niet voor ‘Planet Proof’ koos nu zelf een ambitieus programma opgesteld.

Aspergillus en azolen is een andere inspirerende casus. Hier is sprake van een ingewikkelde knoop die ik samen met anderen (ook medici) probeer te ontwarren, met als doel risico’s van deze schimmel voor de mens te voorkomen. Door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen tegen schimmels (azolen) ontstaat resistentie. En dat is waarschijnlijk de reden dat azoolmedicijnen niet meer werken en verzwakte mensen die besmet raken met Aspergillus niet behandeld kunnen worden. De resistentie ontstaat vooral in specifieke opslaghopen met plantafval. Hoe dit precies in elkaar zit en hoe dit op te lossen is hier de te ontwarren knoop.

In het landbouwwereldje zit veel scepsis. ‘Het lukt toch niet’, hoor je dan. Steeds vaker ligt daarvoor de schuld bij een ander. Neem het verhaal van ‘Supermarkt aan zet’. Al in de jaren 90 bouwden we als CLM aan een milieukeurmerk. ‘Milieukeur’ was een prima keurmerk, maar het groeide niet. Ondanks opmerkingen als ‘Zie je wel, het is door de overheid bedacht en het wordt niks’ hielden we vol.
Een paar jaar geleden kwam door de bijensterfte steeds vaker het besef dat er iets moest gebeuren. Nu was het moment om gevoed door onze kennis en ervaring alles versneld te introduceren. Het keurmerk ‘Milieukeur’ werd met steun van CLM doorontwikkeld: het ambitieuze keurmerk ‘Planet Proof’ zag het licht en maakte verduurzaming voor telers en supermarkten toepasbaar.
En we gaan door... Nu zie je dat een duurzaam keurmerk investeringen vergt, ook van telers. Dat vraagt een financiële waardering van de supermarkt. Ondanks sceptische geluiden hebben we vanuit CLM de extra kosten in beeld gebracht en stimuleren we een meerprijs voor duurzame producten. Een lange adem is nodig, maar... het kan!
Peter Leendertse