In het Buijtenland van Rhoon worden op grote schaal (600 ha) maatregelen genomen om natuur-, landbouw- en recreatiedoelen te realiseren, zoals die zijn vastgelegd in het Streefbeeld. De gebiedscoöperatie krijgt daarbij hulp en advies van een kennisconsortium bestaande uit natuur-, landbouw- en recreatiepartijen.
Sinds 2024 monitoren CLM Onderzoek en Advies, Waardenburg Ecology en Floron doelsoorten akkervogels en akkerflora om de gebiedscoöperatie inzicht te geven in de voortgang van de doelrealisatie en onafhankelijk te adviseren over mogelijke verbeteringen in de inrichting en het beheer.
De akkerfloramonitoring geeft een voorzichtig positief beeld van de akkerflora op de flora-akkers. Op bijna alle flora-akkers werden in 2025 meer doelsoorten en overige Rode-lijstsoorten vastgesteld dan in eerdere jaren sinds 2019. 24 van de 41 doelsoorten konden worden vastgesteld. De bestendigheid van de akkerflora is een punt van zorg; het is onvoldoende zeker hoe de zaadvoorraad zich ontwikkelt. Op alle onderzochte proefvlakken samen zijn in totaal 345 florasoorten aangetroffen. De natuurvriendelijke oevers zijn het meest soortenrijk; de recent aangelegde oevers met een flauw talud in het bijzonder. Op oudere oevers neemt de soortenrijkdom langzaam af.
Van 17 van de 27 broedvogeldoelsoorten konden in 2025 territoria worden vastgesteld. Doelsoorten van de dooradering, zoals putter, roodborsttapuit en blauwborst doen het relatief het beste; voor doelsoorten open akkerland is de situatie zorgelijk. De doelrealisatie van broedvogels lijkt niet alleen te stagneren; er zijn ook negatieve trends zichtbaar voor soorten die eerder qua aantal territoria toenamen. De aantallen van doelsoorten voor de winter lijken sterk afhankelijk te zijn van een wintervoedselpiek in oktober en november.
Op basis van enkel monitoringsresultaten kan niet zonder meer worden geduid waarom het voorkomen en de abundantie van doelsoorten achterblijft bij de streefaantallen, terwijl zich voor een aantal broedvogeldoelsoorten negatieve trends aftekenen. Verschillende factoren kunnen hierbij een rol spelen. In deze rapportage doen we een aantal aanbevelingen om mogelijk limiterende factoren voor akkervogeldoelsoorten scherper in beeld te krijgen, om proefsgewijs de bestendigheid van de zaadbank op de flora-akkers te toetsen en meer systematisch botanische ontwikkeling in andere natuurelementen te beoordelen, en om condities voor doelsoorten te verbeteren in het beheer van natuurelementen, het bodembeheer en door de timing van landbouwwerkzaamheden beter af te stemmen op de habitateisen van doelsoorten. Tot slot wordt kort stilgestaan bij de mogelijkheden om verstoring door recreatie te minimaliseren en het belang van bestendig beheer van het gebied met behulp van meerjarige pacht.
In het Buijtenland van Rhoon worden ook andere soortgroepen gemonitord, zoals regenwormen en insecten. Alle rapporten zijn te lezen via het Buijtenland van Rhoon: www.buijtenland-van-rhoon.nl


