Aangezien circa de helft van ons landschap wordt beheerd door agrarische ondernemers liggen hier enorme kansen om soorten en gebieden beter te beschermen. Voor verschillende soorten, de zogenaamde boerenlandsoorten, diverse basiskwaliteitnatuursoorten en functionele soorten als bestuivers en natuurlijke vijanden, vormt het agrarisch landschap in principe een geschikt leefgebied, mits het beheer goed is afgestemd op de habitateisen van deze soorten.
Voor het biodiversiteitsherstel in het landelijk gebied zijn inspanningen nodig van agrariërs, maar zeker ook van overheden en ketenpartijen. Agrariërs leveren een maatschappelijke dienst door de natuur te ondersteunen, maar tegelijkertijd kan dit ook voordelen opleveren voor de eigen bedrijfsvoering. Niet alle maatregelen zullen financieel aantrekkelijk zijn of direct renderen. Alle partijen zullen moeten samenwerken om tot een geschikte oplossing te komen. Dit vraagt inzet van alle kanten. In onze projecten zien we agrariërs die bereid zijn aanpassingen te doen in het graslandbeheer, bodembeheer en plantaardige teelten, en bovendien gemotiveerd zijn om (semi)natuurlijke elementen als akkerranden of andere bloemstroken aan te leggen en te beheren. Daarmee creëren zij leefgebieden voor diverse functionele soorten op het eigen bedrijf, kunnen zij weerbaar telen op een weerbare bodem en zo negatieve effecten op de omgeving minimaliseren. Op deze manier heeft de landbouw, ook in de directe omgeving van natuurgebieden, een toekomst.
Binnen CLM richten we ons op praktische, haalbare stappen waarmee biodiversiteit in het landelijk gebied, in samenwerking met agrariërs, overheden en ketenpartijen, kan worden versterkt. Zo ondersteunt CLM natuurinclusieve landbouw, waarbij voedselproductie hand in hand gaat met verbeteren van de biodiversiteit. Met de expertise van o.a. ecologen, toxicologen, entomologen en bodemkundigen gaan we “de boer op” en laten via kennisdeling en demo’s zien welke maatregelen bijdragen aan dit doel.
Zo bouwen we aan een landbouwsysteem dat niet alleen voedsel produceert, maar ook agrarische én natuurlijke ecosystemen versterkt. Biodiversiteit is geen bijzaak: het is een essentieel fundament voor een toekomstbestendige agrarische sector en een gezonde natuur.