Doel
Behoud en herstel van biodiversiteit in het landelijk gebied in samenwerking met de agrarische ondernemers en gebiedspartijen. Het stimuleren van functionele soorten en basiskwaliteit natuursoorten op agrarische bedrijven en het verder verlagen van drukfactoren hebben de hoogste prioriteit.
Biodiversiteit is een maatschappelijke opgave die niet alleen op het bord van de ondernemer ligt. Alle partijen spelen hierbij een rol!
Ontwikkelingen
We willen het doel bereiken door te werken aan de volgende ontwikkelingen, namelijk:
- Functionele agrobiodiversiteit;
- Groene en blauwe landschapselementen;
- Soortenmonitoring;
- Extensivering van het boerenbedrijf, inclusief een rol voor de boer als natuurbeheerder;
- Schade door probleemsoorten.
1. Functionele agrobiodiversiteit
Hieronder verstaan we de boven- en ondergrondse biodiversiteit die een directe functie heeft voor de productiewijze van de boer en voor zijn/haar producten. Denk aan bodemleven, natuurlijke vijanden, graskruiden, etc. De focus ligt hierbij dus op organismen die de productie ondersteunen.
2. Groene en blauwe landschapselementen
Hieronder verstaan we natte, kruidige en houtige landschapselementen. Denk aan kruidenrijke dijken, ecologisch beheerde sloten en slootkanten of inheemse beplanting met bloemen en vruchtdragende bomen en struiken. De focus ligt hierbij dus op vergroten van het habitat.
3. Soortenmonitoring
Dit gaat over het daadwerkelijk meten van de aanwezige biodiversiteit op een landbouwbedrijf. Zo kan men zien of de inspanning van agrariërs en anderen leidt tot meer biodiversiteit. Daarnaast zijn er methodes om de inspanningen in de bedrijfsvoering van de boer te meten (GAIA meetlat, KPI’s).
De focus ligt hierbij op de kwaliteit van het habitat en de effectiviteit van maatregelen.
4. Extensivering boerenbedrijf (incl. boer als natuurbeheerder)
Extensivering staat volop in de actualiteit, ook door het beleid voor zones rondom natuurgebieden. Er wordt gesproken over het indelen van gebieden in drie zones: intensieve landbouwgronden, natuurgebieden en extensievere landbouw (NIL) op ‘landschapsgrond’. Als gevolg hiervan zal de boer steeds vaker gevraagd worden om een rol te spelen als natuurbeheerder. Hij/zij kan gronden pachten en hier diensten op uitvoeren, als maaien of vee inscharen. Dit levert de ondernemer extra inkomsten op, maar er zitten ook bepaalde randvoorwaarden aan vanwege de realiseren natuurdoelen.
De focus ligt hier op samenwerking tussen agrariërs en verpachters en toekomstperspectief in overgangszones.
5. Schade door probleemsoorten
Hieronder valt gewasschade door diersoorten als ganzen, mezen, etc. CLM draagt mogelijke opties aan om schade te beperken of te voorkomen en test deze samen met partners uit in de praktijk. Ook worden adviezen gegeven om te sturen op de landschappelijke inrichting, op de ligging en omvang van foerageer- of rustgebieden, op het faunabeheer of de tegemoetkomingssystematiek. Ook is er aandacht voor schade door invasieve exoten, zowel planten als dieren en methodes om deze schade te beperken.
De focus ligt hier op advisering van het beleid, met oog voor de issues waar agrariërs mee te maken hebben.
Projecten
- Functionele agrobiodiversiteit;
- Landschapselementen en;
- Soortenmonitoring
- Extensivering boerenbedrijf, inclusief boer als natuurbeheerder;
- Schade door probleemsoorten en invasieve exoten.
Doe mee
Heb je interessante ideeën of initiatieven die bijdragen aan het realiseren van de doelen op dit impactdomein? Laat het ons weten via het contactformulier.