Duurzame landbouw -
Gezond voedsel - Vitaal platteland

CLM is een onafhankelijk kennis- en adviesbureau op het gebied van
landbouw, voedsel, natuur en milieu.

Maatregelen

Deelnemende telers nemen al verschillende maatregelen om emissie van gbm vanaf het erf te verminderen. Hieronder hebben we de maatregelen benoemd die telers (willen) nemen om erfemissie nog verder te verminderen:

Verminderen emissie bij het ontsmetten en tijdens transport 

De hoeveelheid emissie tijdens het ontsmetten wordt door een aantal factoren bepaald:

  • De techniek die gebruikt wordt om te ontsmetten
  • De uitlektijd
  • De manier waarop ontsmette bollen naar het perceel worden gebracht

Techniek
Er bestaat een verscheidenheid aan technieken om plantgoed te ontsmetten. Dompelen, douchen, schuimen, koken, noem het maar op. Niet elke techniek heeft in elke teelt een plaats, maar waar technieken uitwisselbaar zijn, is het raadzaam om emissie mee te nemen in de afweging welke techniek te gebruiken.

Bij dompelen blijft er veel vloeistof achter in het fust en er wordt veel vloeistof opgenomen door het fust, bij douchen en schuimen is dit minder tot niet het geval. Deze technieken hebben daarom vanuit emissieoogpunt de voorkeur. Daarnaast is er de keuze welk soort fust te gebruiken. Betonplex fust neemt minder vloeistof op, en plastic fust zelfs helemaal geen vloeistof. Op deze laatste is de MIA/Vamil regeling van toepassing onder maatregel B2347 met 13,5% MIA en 75% Vamil. 

Uitlektijd
De uitlektijd van fust bepaalt voor een groot deel hoeveel emissie er plaats vindt wanneer fusten vervolgens verplaatst worden. Het verplaatsen van fust dat nog lekt kan namelijk voor veel emissie zorgen. In het ideale scenario wordt er ontsmet de dag voorafgaand aan het planten, zodat fusten minimaal 6 uur, maar bij voorkeur 12 uur de tijd hebben om uit te lekken. Gebruik van een afblaasventilator kan deze tijd enigszins verkorten. Het lekwater moet worden opgevangen en verwerkt. Het mag niet in het spoelbassin terecht komen.

Transport
Intern
Bij het verplaatsen van fusten binnen het bedrijf schudt er vaak nog middel uit het fust. Om te voorkomen dat dit lekwater emissie veroorzaakt is het zaak om rij-lijnen goed uit te zetten. Versleping van lekwater naar buiten kan worden voorkomen door binnen te laden of ervoor te zorgen dat transport van ontsmet fust door twee heftrucks gebeurt. De ene heftruck blijft binnen, de andere buiten.  Zorg er ook voor dat geen andere heftrucks of tractoren de (natte) sporen kruisen en zo lekwater mee naar buiten verslepen.

Naar perceel
Bij het transport van ontsmet plantgoed naar het perceel vindt vaak nog emissie plaats. Door het schudden van de wagens lekt er nog vloeistof uit fusten, ook al hebben ze voldoende tijd gehad om uit te lekken na het ontsmetten. Omdat transport naar het perceel veelal over wegen met aangrenzende sloten plaatsvindt, is de route van de middelen naar het oppervlaktewater erg kort. Transport naar het perceel kan daarom het best gebeuren met een wagen met een opvanggoot, waardoor lekwater opgevangen kan worden. Daarnaast is het zaak om bij transport tijdens een regenbui de fusten af te dekken, om te voorkomen dat er middel uitspoelt. Een dichte (vrachtwagen)aanhanger is hiervoor geschikt.

Verwerken lekwater en restant ontsmetvloeistof 

Zoals bekend mogen restanten ontsmettingsvloeistof al een aantal jaar niet meer uitgereden worden. Dit is geen probleem want restanten kunnen prima verwerkt of afgevoerd worden, of in sommige gevallen bewaard voor een volgend seizoen. Ook zijn er steeds meer mogelijkheden om maar een beperkte hoeveelheid restanten over te houden. Minder bekend is dat lekwater dat rond de ontsmetinstallatie vrijkomt uit fust op dezelfde manier behandeld moet worden als de restanten. Lekwater mag niet in het spoelbassin worden opgevangen. Opvangen en verwerken is ook hier de juiste route.

Het verwerken van de restanten en het lekwater kan door het af te voeren als chemisch afval, of het te verwerken op het eigen bedrijf. Bijvoorbeeld door biologische zuivering met een Phytobac of biofilter of verdamping met de RemDry (Heliosec). Voor meer informatie over zuiveringssystemen zie onderaan deze nieuwsbrief.

Factsheet ‘Ontsmetten en transport’ 

Emissie-eisen op middeletiket:

Bij de herregistratie van dompelmiddelen hebben de producenten afgesproken aanvullende emissie eisen op het etiket op te nemen. BASF heeft bijvoorbeeld het volgende geplaatst op het etiket van Collis (W10):

Om in het water levende organismen te beschermen dient tijdens en na de dompelbehandeling van bloembollen emissie naar het oppervlaktewater te worden voorkomen. Toepassing mag uitsluitend plaatsvinden indien: 

  • Dompelhandelingen plaatsvinden op een locatie waarbij geen afspoeling of afwatering op oppervlaktewater of riool mogelijk is en waarbij wordt voorkomen dat via transportmiddelen (b.v. heftruck) verspreiding van dompelvloeistof plaatsvindt; 
  • Na dompelen het fust wordt droog geblazen en minimaal 12 uur uitdruipt; 
  • Transport van behandelde bollen naar het veld of een andere locatie uitsluitend wordt uitgevoerd met een emissievrije transportwagen. Dit kan bijvoorbeeld een transportwagen zijn met opvanggoten en een opvangcontainer. 
  • Eventuele lek/ restvloeistoffen worden hergebruikt, als chemisch afval worden afgevoerd of via een zuiveringssysteem (bijvoorbeeld PhytoBac of Heliosec) verwerkt worden conform wetgeving.
Aanleggen wasplaats voor het vullen en schoonmaken van machines met gbm
 

Huidige en toekomstige regelgeving

Volgens de huidige wetgeving (Activiteitenbesluit) moet de wasplaats een vloeistofdichte vloer hebben. Daarbij hoort het uitvoeren van een bodemonderzoek (nulmeting) en een certificaat van vloeistofdichtheid. De vloeistofdichte vloer moet iedere 6 jaar worden gekeurd.  

In 2021 wordt het Activiteitenbesluit vervangen door het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). In het Bal vervalt voor de wasplaats de eis van een vloeistofdichte vloer/verharding. De vloer moet dan ‘aaneengesloten’ zijn. Een aaneengesloten bodemvoorziening is een vloer, verharding of constructie die stoffen tijdelijk keert, waarvan eventuele onderbrekingen of naden zijn gedicht. Dit is bij voorkeur een vloer van beton of asfalt, maar de vloer mag ook uit gekitte elementen bestaan.

Een andere wijziging in het Bal is dat afvalwater en regenwater dat afstroomt van een wasplaats niet meer naar het oppervlaktewater mag worden afgevoerd. Tenzij het waterschap daarvoor een vergunning afgeeft. Het afstromende hemelwater van de wasplaats mag geloosd worden op de (onverharde) bodem of op het riool (als dat voldoende capaciteit heeft).

Waterschappen en sector hebben zich hard gemaakt om deze wijzigingen naar voren te halen. Dat is gelukt. Bovenstaande punten vanuit het Bal gelden al vanaf juli 2019. In de provincie Drenthe kan een wasplaats nu al met een aaneengesloten vloer worden aangelegd. Dat hebben provincie, waterschappen en RUD Drenthe vastgelegd in een ‘wasplaatsenprotocol’.

Nulsituatie-bodemonderzoek
Een nulsituatie-bodemonderzoek kan wel slim zijn om uit te voeren, want bij het ontbreken hiervan is men verplicht bij het verwijderen van de wasplaats te saneren tot de achtergrondwaarden. Deze kunnen lager liggen dan de huidige waarden, die met een nulsituatie-onderzoek vastgesteld worden. Als er een nulsituatie-onderzoek is, hoeft niet verder gesaneerd te worden dan tot de waardes uit dat onderzoek.  

Melding Activiteitenbesluit
Voor aanleg van een wasplaats moet een melding Activiteitenbesluit worden gedaan bij de gemeente (https://www.aimonline.nl/

Waswater van machines met gbm

  • Waswater wordt opgevangen en gezuiverd met zuiveringssysteem
  • In het Drentse deel van het beheersgebied van WDOD mag waswater van machines met en zonder gbm via een OBAS op het spoelbassin geloosd worden, dit moet wel afgestemd worden met de RUDD.
  • Waswater mag nooit op het oppervlaktewater worden geloosd.

Waswater van machines zonder gbm

  • Waswater van werktuigen zonder gewasbeschermingsmiddelen mag op het vuilwaterriool worden geloosd:
    • Als het maximaal 300mg/l onopgeloste stoffen (zand/grond) bevat
    • Als het maximaal 20mg/l olie bevat
    • Bij gebruik van een olie-afscheider mag het waswater 200mg/l olie bevatten
  • Waswater van werktuigen zonder gewasbeschermingsmiddelen mag apart worden opgevangen en uitgereden over het perceel
  • Waswater van werktuigen zonder gewasbeschermingsmiddelen mag als puntlozing op de bodem worden geloosd als het eerst een slibvang en olieafscheider passeert en de gemeente/RUD hiervoor een maatwerkvoorschrift heeft verleend.
  • Waswater van werktuigen zonder gewasbeschermingsmiddelen mag alleen op het oppervlaktewater worden geloosd als u een watervergunning heeft en het waswater:
    • maximaal 100mg/l onopgeloste stoffen bevat
    • maximaal 20mg/l olie bevat

Vanuit het oogpunt van milieu heeft het de voorkeur om waswater zonder gbm op het riool of de bodem te lozen. Lozen op oppervlaktewater is in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (vanaf 2021) ook niet meer toegestaan, tenzij het waterschap een maatwerkvoorschrift geeft hiervoor.

Regenwater dat afstroomt vanaf de wasplaats

  • Regenwater afstromend van een wasplaats die alleen voor werktuigen zonder gewasbeschermingsmiddelen wordt gebruikt mag overeenkomstig het afvalwater worden geloosd.
  • Regenwater dat afstroomt vanaf een wasplaats waar machines met gewasbeschermingsmiddelen zijn schoongemaakt mag: 
    • Bij voorkeur in de bodem infiltreren, bijvoorbeeld door middel van een wadi, infiltratiegreppel of infiltratiekrat. Hiervoor is een maatwerkvoorschrift van de gemeente nodig.
    • Via een slibvang en olieafscheider op het vuilwaterriool worden geloosd, mits het riool voldoende capaciteit heeft en u een maatwerkvoorschrift van de gemeente/RUD heeft.
    • Geloosd worden in het oppervlaktewater. Hiervoor is een watervergunning van het waterschap nodig. Let op, dit is op termijn (2021) in het Besluit Activiteiten Leefomgeving (Bal) niet meer toegestaan, tenzij het waterschap hiervoor een vergunning afgeeft.
Zuiveringssystemen

Er zijn grofweg 3 verschillende typen zuiveringssystemen te onderscheiden:

  • Systemen die zuiveren door verdamping
  • Systemen waarin biologische afbraak plaatsvindt
  • Systemen op basis van fysisch-chemische zuivering

Verdamping
Voorbeelden van zuivering door verdamping zijn de Heliosec en de opvolger hiervan, RemDry. In deze systemen wordt een beperkte hoeveelheid restwater gebracht (2 tot 3 mper jaar) dat vervolgens onder invloed van zon en wind verdampt. Restanten van gbm blijven achter en moeten worden afgevoerd naar het klein gevaarlijk afval. Meer informatie vindt u op toolboxkaart 13c

Biologische afbraak
Systemen op basis van biologische afbraak zijn de Phytobac en het biofilter. Deze systemen beschikken over een substraat van perceelsgrond en stro waarin restanten van gbm worden afgebroken door het bodemleven en het water verdampt. Zo blijven er geen restanten over. Een biofilter wordt gebouwd uit IBC vaten en vergt van alle zuiveringssystemen de kleinste investering, de capaciteit is gelijk aan die van een Heliosec of Remdry. Grotere capaciteit kan bereikt worden door het systeem op te schalen, door meerdere biofilters naast elkaar te zetten. Een phytobac vergt een grotere investering maar wordt wel kant en klaar geleverd. Een phytobac is te bestellen als losse elementen of wanneer een grotere capaciteit gewenst is uit te voeren in beton. Bij dit laatste kan als vuistregel gehanteerd worden dat 1m2phytobac op jaarbasis 1 mwater kan verwerken. Meer informatie vindt u op toolboxkaart 13b.

Fysisch-chemisch
Systemen op basis van fysisch-chemische zuivering zijn de systemen zoals deze zijn goedgekeurd voor de zuiveringsplicht in de glastuinbouw. Dit zijn systemen die werken met UV licht en/of Ozon om restanten gbm af te breken. Glastuinders mogen dit water ook lozen, in andere sectoren - zoals de bloembollensector - mag dit niet. Dit omdat de installaties alleen getest zijn op een standaardwater voor de glastuinbouw. Hiermee wordt het zuiveringsrendement bepaald en als dit voldoet, tenminste 95% zuivering, zet de Beoordelingscommissie Zuiveringsinstallaties Glastuinbouw (BZG) de installatie op de lijst met goedgekeurde systemen. Het grote voordeel van deze systemen is dat ze een grote capaciteit hebben, enkele kubieke meters per uur, in plaats van op jaarbasis. Het water dat gezuiverd is, moet echter wel worden hergebruikt, bijvoorbeeld als spoelwater of om spuitvloeistof mee aan te maken. Zeker in het laatste geval moet men bedacht zijn op eventuele restanten die na zuivering nog achterblijven en mogelijk de residu eisen tijdens een bespuiting van een ander gewas overschrijden.

Bollenteelt Waterproof
De KAVB is de initiatiefnemer van het project ‘Bollenteelt waterproof’. Dit project, dat wordt uitgevoerd door KWR uit Nieuwegein, richt zich op het testen van verschillende apparatuur op de geschiktheid voor zuivering van verontreinigde erfwaterstromen met gewasbeschermingsmiddelen en restanten van dompelbaden. Het project wordt uitgevoerd in samenwerking met een aantal waterschappen, techniekleveranciers en bloembollentelers en is in de tweede helft van 2018 gestart en loopt door tot en met 2020. Doel is om te komen tot een aanpak zoals in de glastuinbouw met goedgekeurde zuiveringsapparatuur. De resultaten en de kennis uit dit project worden breed verspreid onder de bloembollentelers.

Maatregelen om emissie vanuit fust te verminderen
  • Alle fust dat ooit gebruikt is om te ontsmetten, moet overdekt gestald worden. Een aantal telers heeft hiervoor een nieuwe loods gebouwd. Op die manier kunnen zij alle fust overdekt stallen, zodat er geen kans is op emissie vanuit het fust. 
  • Het fust overdekken met zeil is ook een optie, maar is vaak niet praktisch.
  • Als het niet mogelijk is dit fust te overdekken, kan het op het erf worden gezet. Het regenwater dat vanaf dit deel van het erf afstroomt, moet dan in het spoelbassin worden opgevangen. 
  • Fust dat niet voor ontsmetten is gebruikt, mag wel onoverdekt staan. Zorg er dan wel voor dat regenwater dat op de kisten valt niet afwatert op het oppervlaktewater, maar op de bodem.
Opvangen van erfwater in het spoelbassin

Op het erf vinden veel activiteiten en rijbewegingen plaats waarbij gewasbeschermingsmiddelen op het erf terecht kunnen komen. Bij een regenbui kunnen de middelen vervolgens in de sloot terecht komen. Een goede oplossing om dit te voorkomen is om het erfwater van (een deel van) het erf op te vangen en in het spoelbassin te pompen. Op die manier komen er geen gewasbeschermingsmiddelen vanaf het erf in de sloot terecht.