Duurzame landbouw -
Gezond voedsel - Vitaal platteland

CLM is een onafhankelijk kennis- en adviesbureau op het gebied van
landbouw, voedsel, natuur en milieu.

Rapport: Koolmezensterfte en buxusmotbestrijding

Publicatienummer: 998
Datum: november 2019

Pesticidenbelasting bij jonge koolmezen

Sinds begin 2018 valt op dat de sterfte van jonge mezen in de nesten in de stedelijke omgeving erg groot is. Bezorgde burgers trekken sindsdien aan de bel omdat ‘hun’ mezen doodgaan. Het valt op dat dit samenvalt met de opkomst, en daarmee de bestrijding, van de buxusmotrups. Deze rups is tamelijk effectief in het opeten van de bladeren van de buxus, waardoor deze kaal wordt en meestal dood gaat. Tuinbezitters grijpen naar - al dan niet chemische - middelen om de buxusmot te bestrijden. De vraag is of er een verband bestaat tussen de sterfte van de jonge mezen in het nest en de bestrijding van de buxusmotrups. In 2018 heeft CLM een verkennend onderzoek gedaan, waarbij 14 pesticiden werden aangetroffen in 10 monsters van dode jonge kool- en pimpelmezen. Het viel op dat in dode jongen uit de stad meer insecticiden werden gevonden dan in dode jongen uit het bos (waar geen buxusmotbestrijding plaatsvindt).


Onderzoek in 2019
Als een vervolg op de verkenning in 2018, heeft CLM in het voorjaar van 2019 een uitgebreider
onderzoek uitgevoerd naar een mogelijke relatie tussen de koolmezensterfte en de
buxusmotbestrijding. Dit onderzoek is uitgevoerd in samenwerking met burgers die dode jonge
mezen in hun nestkasten aantroffen en bij CLM aanmeldden. Hierbij is opnieuw een vergelijking
gemaakt tussen het aantreffen van pesticiden in dode jongen uit de stad en uit het bos. Ook is het sterftecijfer van nesten van koolmezen in stedelijke gebieden vergeleken met het sterftecijfer in natuurgebieden, om na te gaan of deze cijfers van elkaar verschillen.

Is buxusmotbestrijding de oorzaak van de mezensterfte?
Het is onwaarschijnlijk dat de sterfte van de jonge koolmezen is veroorzaakt door bestrijding van
de buxusmotrups. Dit leiden we af uit (1) de beoordeling van de gevonden pesticiden en (2) aan de vergelijking van sterfte van jonge mezen in stad en natuur in de afgelopen jaren.
(1) Waar in de stad tegen buxusmot is gespoten, vinden we in de jonge koolmezen wel meer
insecticiden die als gewasbeschermingsmiddel kunnen worden gebruikt, dan in de stad waar geen bestrijding van buxusmot heeft plaatsgevonden. Echter, op locaties waarvan de melder heeft uitgezocht welke pesticiden tegen buxusmot zijn gespoten, vinden we deze stoffen niet terug in de mezen. Ook zijn de gevonden concentraties pesticiden in de meeste gevallen te laag om sterfte van de jonge mezen te kunnen verklaren. In zes van de 41 monsters zijn verhoogde concentraties pesticiden aangetroffen boven de 0,1 mg/kg. In twee monsters ligt de concentratie van de voor vogels sterk giftige stoffen fipronil en imidacloprid in de buurt van de waarde waar een lethaal effect mogelijk is. Hier kunnen deze stoffen mogelijk een oorzaak zijn van de sterfte van deze jonge koolmezen.



Download Rapport: Koolmezensterfte en buxusmotbestrijding