Melkveewet is risico voor meeste melkveehouders
05 november 2014

Deze week staat de Melkveewet van staatssecretaris Dijksma op de agenda van de Tweede Kamer. Die wet verleent de melkveehouderij groeiruimte, met slechts één beperking: bedrijven met een mestoverschot moeten alle extra mest laten verwerken of exporteren. En die verplichting mag een melkveehouder overdragen aan een varkenshouder. Wel geldt voor de hele veehouderij een met de Europese Commissie overeengekomen plafond voor de mestproductie. Wordt dat fosfaatplafond overschreden, dan kan Brussel de derogatie voor mestgebruik op grasland intrekken. Dat wil Dijksma tot elke prijs voorkomen. Daarom kondigt ze melkveerechten aan voor het geval het plafond wordt bereikt. 

De Melkveewet biedt de sector een flinke groeiruimte. Dat lijkt mooi, maar is misschien wel te mooi, want er zijn grote risico’s:

  1. De wet richt zich alleen op fosfaat en laat andere milieuthema’s - zoals nitraat, ammoniak en broeikasgassen - buiten beschouwing. Daardoor lopen veehouders vaker tegen milieunormen aan, met alle kosten en conflicten van dien.
  2. Het totale Nederlandse mestoverschot kan fors groeien. Dat betekent een nog hogere fraudedruk op de mestmarkt.
  3. Het karakter van de melkveehouderij zal veranderen. Minder koeien in de wei, meer voertransport, meer mesttransport en dus verbroken kringlopen. De sector zal in rap tempo op de varkens- en pluimveehouderij gaan lijken. En dat betekent grote imagoschade.
  4. De kans is groot dat in 2016/17 het fosfaatplafond wordt overschreden. Dan komen er melkveerechten en dat geeft problemen en extra risico’s. De staatssecretaris kiest een referentiejaar en de sector vraagt om een regeling voor knelgevallen. ‘Creatieve ondernemers’ gaan anticiperen. Omdat de mestproductie hoger is dan het plafond, wordt een generieke korting op alle verleende dierrechten noodzakelijk. Gevolg: de grote groep van behoedzame groeiers is de klos en de brutalen hebben de halve wereld. En hebben we dat niet al te vaak meegemaakt?
  5. De begrenzing in aantal dieren leidt tot een maximale productie per koe en dat schaadt dierenwelzijn en -gezondheid. Ook hier dreigt reputatieschade en lijden de goeden onder de kwaden.

De meeste risico’s ontstaan door de mogelijkheid om nu te groeien zonder grond en straks door de komst van dierrechten. Daarom doet de Kamer er verstandig aan om de “ontsnappingsroute” via mestverwerking rigoureus te schrappen. De Kamer moet principieel kiezen voor een grondgebonden melkveehouderij op termijn. Bestaande rechten worden gerespecteerd, maar grondloze groei moet onmogelijk worden.

Zo’n stip op de horizon geeft voor de lange termijn duidelijkheid aan melkveehouders, de zuivel en de banken. En biedt bovenal zicht op een grondgebonden sector die de meeste koeien in de wei houdt, de kringlopen kort houdt, de lusten en lasten eerlijk verdeelt en onverminderd populair blijft. 

Wouter van der Weijden en Frits van der Schans
Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM)

Download het opiniestuk: Melkveewet is risico voor meeste veehouders (pdf)