Melkveehouderij dreigt industrie te worden
05 november 2014

De Nederlandse melkveehouderij mag zich verheugen in een hoge maatschappelijke waardering. De koe in de wei staat symbool voor belangrijke waarden: een fraai landschap, goed dierenwelzijn en een transparante veehouderij. Ecologisch gezien zorgt de weidende koe voor korte kringlopen van grondstoffen (gras-mest-gras) en voor enige biodiversiteit. Economisch draait de melkveehouderij prima en ook in het buitenland heeft ze een uitstekende naam. Kortom, het is een sector waar we trots op mogen zijn.

Koeien in de wei en korte kringlopen horen bij grondgebonden bedrijven, die de mest op hun eigen land gebruiken en het meeste voer van hun eigen land halen. Maar juist dit - nu nog dominante - type bedrijven loopt gevaar. Per 1 april volgend jaar verdwijnt de Europese melkquotering. Veehouders mogen dan weer onbeperkt melk produceren, mits zij binnen de milieunormen blijven.

Om binnen die normen te blijven, kan de overheid grenzen stellen aan de intensivering van de bedrijven. Dus een bovengrens aan het aantal dieren per hectare, of aan de hoeveelheid geproduceerde melk of mest per hectare. Maar dat doet staatssecretaris Dijksma niet. Ze heeft een ontwerp Melkveewet aan de Kamer aangeboden waarin bedrijven onbeperkt mogen intensiveren, met voor de reeds intensieve bedrijven slechts één beperking: zij moeten alle extra mest exporteren of laten verwerken in mestverwerkingsinstallaties. Die verplichting mogen zij (tegen betaling) overdragen aan varkensbedrijven, die dan meer varkensmest moeten exporteren of verwerken.

Met mestverwerking als “vluchtroute” is het hek van de dam. Heel wat melkveehouders zijn al begonnen met intensivering en dat zullen er de komende jaren nog veel meer worden. Daarmee gaat de melkveehouderij in rap tempo de varkens- en de pluimveehouderij achterna: steeds meer voer moet van elders worden aangesleept, steeds meer mest naar elders weggebracht, de koe verdwijnt uit de wei en kringlopen worden opgerekt of afgebroken. Bovendien komt er extra mest op de markt, waardoor de kans op fraude en schandalen stijgt. De waardering voor de

Er geldt overigens wel een bovengrens aan de uitbreiding. Het kabinet heeft met de Europese Commissie een plafond afgesproken voor de hoeveelheid dierlijke mest die de Nederlandse veestapel mag produceren. Wordt dat plafond overschreden, dan dreigt Brussel Nederland strengere bemestingsnormen op te leggen. Dat wil Dijksma voorkomen en daarom wil ze, als het plafond is bereikt, melkveerechten invoeren. Dat wil zeggen dat alle melkbedrijven worden vastgepind op het aantal dieren dat zij hielden. Maar dat heeft een ander risico: veehouders krijgen een krachtige impuls om de melkproductie van hun koeien zo ver op te voeren dat de gezondheid er onder gaat lijden.

Het merkwaardige is dat de staatssecretaris zegt grondgebondenheid en weidegang belangrijk te vinden. Ze vindt echter dat de sector dat zelf moet regelen. Daar wil ze best een handje bij helpen, maar niet door wetgeving. Waarschijnlijk voelt zij de hete adem van de VVD in de nek, die niets moet hebben van extra milieuregels. Maar is het niet vreemd om veehouders eerst groeiruimte geven en vervolgens aan het bedrijfsleven te vragen een deel van die ruimte weer af te pakken? Niet voor niets pleit de sector voor aanscherping van deze milieuwet – een unieke stap voor het bedrijfsleven.

Als de Tweede Kamer instemt met het huidige wetsvoorstel begaat ze een historische vergissing. Ze stelt dan het goede imago van de Nederlandse melkveehouderij - de tweede zuivelexporteur van de wereld - in de waagschaal. De Kamer doet er verstandig aan de vluchtroute via mestverwerking rigoureus af te snijden. De VVD zal steigeren, maar de Kamer heeft een troef: het regeerakkoord. Daarin staat een veelzeggende zin: “Het kabinet streeft naar een circulaire economie”. Welnu, de huidige wet is een frontale aanval op de kringloopeconomie van de melkveehouderij. De Kamer kan die zin aangrijpen om te waarborgen dat de melkveehouderij een sector kan blijven waar we trots op zijn.

Cees Veerman is oud-minister van Landbouw
Herman Wijffels is hoogleraar duurzaamheid en maatschappelijk verandering
Sjaak Hoogendoorn is melkveehouder
Wouter van der Weijden is directeur van het Centrum voor Landbouw en Milieu

Meer info