Eerste onderzoeksjaar geeft geen duidelijkheid over effectiviteit van vogelwering met geluiden
03 april 2017

Vanwege het lage schadeniveau op de proefpercelen is onduidelijk of geluidssystemen met nieuwe geluiden vogels in de perenteelt weren. Dat blijkt uit een tussentijdse evaluatie van een tweejarig onderzoek van CLM Onderzoek en Advies. Het onderzoek vindt plaats in opdracht van BIJ12 Faunafonds en wordt in samenwerking met de NFO kring Midden-Nederland uitgevoerd.

Aanpassingen lopend onderzoek
In het onderzoek wordt onderzocht of met behulp van ‘’krekel-’’ en mezengeluiden de mezen en andere vogels worden geweerd van de percelen. Het zogenaamde "krekelsysteem" had volgens onderzoek van CLM uit 2014/ 2015 enig effect, maar het systeem bleek weinig bedrijfszeker. Daarom is het geluid van dit systeem gedigitaliseerd en wordt het nu afgespeeld via geluidsboxen. Alarmgeluiden van vogels worden wel meer toegepast, maar betreffen vaak geluiden van vogels uit andere landen. Voor deze proef zijn alarmroepen van de inheemse kool- en pimpelmezen opgenomen. De verschillende geluiden worden door elkaar en met onregelmatige intervallen afgespeeld om gewenning zo veel mogelijk te voorkomen.

Gewenning, verschil tussen vogelsoorten en apparaten?
Onderliggende vragen in de proef zijn bij welke geluidsintensiteit gewenning optreedt, of gewenning tijdens de proefperiode optreedt, of er verschil is in effect op mezen en kraaiachtigen en of er een verschil in effect is van twee typen apparaten. Op vijf percelen wordt een Alcetsound (van het gelijknamige bedrijf) ingezet, op vijf andere een Birdyell (van Frijters Rijsbergen BV).

Hoofdconclusie: nog geen effect vast te stellen
De hoofdconclusie is dat met de resultaten van 2016 niet aantoonbaar is of de geluidssystemen effectief zijn. Verschillen tussen de twee typen geluidsapparaten Birdyell en Alcetsound zijn zeer klein. De verwachting is dat, bij iets hogere schadeniveaus zoals die in eerdere jaren optraden, de proefopzet voldoet om conclusies over de effectiviteit te kunnen trekken. Er zijn aanbevelingen opgesteld voor enkele kleine aanpassingen in de tellingen van 2017.

Schade
Tot nu toe wijzen de resultaten uit dat het schadeniveau door vogelvraat in 2016 erg laag is. In 2016 is 0,20 procent van de peren beschadigd, terwijl dit in vergelijkbare proeven in 2014 en 2015 tussen 2,3 en 2,5 procent was. Ook blijkt dat er in 2016 meer schade is toegebracht door kraaiachtigen dan mezen. In vergelijking met andere jaren blijkt dat het schadeniveau voor kraaiachtigen min of meer vergelijkbaar is, maar dat het voor mezen veel lager ligt. De oorzaak hiervan heeft CLM niet kunnen vaststellen, maar is wellicht te wijten aan een combinatie van twee factoren. Er was veel alternatief voedsel in de vorm van beukennootjes in bossen en beukenlanen. Daarnaast was het broedsucces van mezen in 2016 laag door het koude voorjaar. Gelukkig voor het onderzoek in 2017, was de afgelopen winter gunstig voor de mezenstand.

Tegemoetkoming
De vogelschade in fruitpercelen is in de afgelopen jaren flink toegenomen. Het merendeel van deze schade wordt veroorzaakt door mezen en kraaiachtigen. De door BIJ12 Faunafonds uitgekeerde tegemoetkomingen schade bedroegen in de periode 2012 tot (medio) 2016 bijna 5 miljoen euro in de peren- en appelteelt. Dat is circa 7 procent van de totale tegemoetkomingen faunaschade in de landbouw. De provincies hebben bepaald dat de vergoedingen voor vogelschade in de fruitteelt worden afgebouwd. Vanaf 2017 wordt door de provincies niets meer vergoed. Om de fruittelers desondanks tegemoet te komen, heeft BIJ12 Faunafonds naast een in 2016 uitgevoerde review, CLM Onderzoek en Advies gevraagd om aanvullend onderzoek te doen naar de effectiviteit van het weren van mezen met geluiden.

Meer informatie
Sandra Binken , BIJ12,  085 486 22 22, sandra.binken@bij12.nl