Duurzame landbouw -
Gezond voedsel - Vitaal platteland

CLM is een onafhankelijk kennis- en adviesbureau op het gebied van
landbouw, voedsel, natuur en milieu.

Publicaties 2013

Publicatie bestellen? Mail .

 

Nu beschikbaar

Rapport: Actief randenbeheer Flevoland 2013

Auteurs: Anneloes Visser, Erna van de Wal

Januari 2014

Deze rapportage geeft een beeld van de effecten van de randen in het vijfde en laatste projectjaar, evenals conclusies over de totale projectperiode 2009-2013.
Het beschrijft de resultaten van de tellingen van plaaginsecten en natuurlijke vijanden en het insecticidengebruik. Uit tellingen is gebleken dat hoe meer nuttige insecten zich in de rand bevinden, hoe meer er in het gewas voorkomen. Het gebruik van schadelijke breedwerkende insecticiden is met meer dan de helft afgenomen.

Lees of download het rapport Actief randenbeheer Flevoland 2013 (pdf)



Rapport: Praktijknetwerk Duurzame teelt van gezond product

CLMrapport: Praktijknetwerk duurzame teelt van gezond productAuteurs: Peter Leendertse en Laurens Vlaar.

2013

Groente- en fruittelers van Vers van Hier werkten samen met afnemer Hutten catering en CLM aan duurzame teelt van gezonde producten,  in het praktijknetwerk “Duurzame teelt van gezond
product”. Centraal staat het versterken van de duurzaamheid van de bedrijven en tegelijkertijd het analyseren en stimuleren van de voedingswaarde van de producten. We hebben ons gericht op tomaat, komkommer, champignon en appel. Voor tomaat en champignon waren de resultaten bijzonder goed:

  • Vers van Hier tomaten zijn rijk aan sommige micronutriënten (koper en ijzer) en vitaminen en inhoudsstoffen (vitamine B6, C , E en β-caroteen)
  • Vers van Hier champignons zijn rijk aan voedingswaarden zoals selenium en Vitamine B6.
Lees en/of download het rapport: Praktijknetwerk duurzame teelt van gezond product (pdf)

Rapport: Integrale telling Zomerganzen Zuid-Holland 2013

Rapport Integrale telling Zomerganzen Zuid-Holland 2013Auteurs: Anneloes Visser, Dirk Keuper

December 2013

Provincie Zuid-Holland heeft net als voorgaande jaren, vanaf 2009, CLM in 2013 gevraagd een integrale telling van zomerganzen te organiseren voor de hele provincie. Dit rapport beschrijft de aanpak en resultaten en doet aanbevelingen.

Lees of download het rapport Integrale telling Zomerganzen Zuid-Holland 2013, Resultaten en aanbevelingen (pdf)





Rapport:
Grondgebonden melkveehouderij: beleidsopties en hun gevolgenRapport: Grondgebonden melkveehouderij: beleidsopties en hun gevolgen

Auteurs: Carin RougoorFrits van der Schans

Oktober 2013

De melkveehouderij is een sector die nog grotendeels is gebonden aan de grond ter plaatse. De meeste bedrijven zijn land-based. Dat kan snel veranderen als de Europese melkquotering, die in 1984 was ingevoerd op 1 april 2015 is afgeschaft. Elke melkveehouder mag dan zijn melkproductie weer uitbreiden, althans binnen de normen van het milieubeleid en de ruimtelijke ordening. Momenteel wordt een debat gevoerd of de melkveehouderij grondgebonden moet blijven en of de overheid dat verplicht moet stellen. Verschillende partijen binnen en buiten de sector hebben zich uitgesproken voor een grondgebonden melkveehouderij.

Lees of download het rapport Grondgebonden melkveehouderij: beleidsopties en hun gevolgen (pdf)


Rapport: Melkveehouderij na de quotering - grondgebonden en 'industriële' bedrijven

Auteurs: Frits van der Schans, Dirk Keuper

Oktober 2013

In april 2015 loopt de Europese melkquotering ten einde. Dit leidt in Nederland tot een ca. 10 - 20% hogere melkproductie, tot grotere en intensievere bedrijven, hogere melkproductie per koe en minder weidegang. Een enquête onder 500 melkveehouders wijst uit dat steeds minder koeien zomers weiden en dat bedrijven met koeien permanent op stal sterk groeien. Het percentage bedrijven met meer dan 250 melkkoeien loopt op van 6% in 2013 naar ruim 12% in 2016. Het merendeel van de melkveehouders vindt deze ontwikkeling niet goed voor (het welzijn en de gezondheid van) melkkoeien en wil grondgebonden blijven. Na de quotering lijkt een tweedeling op komst. Enerzijds grondgebonden bedrijven die zelf alle ruwvoer produceren met de mest van eigen dieren en anderzijds (zeer) grote 'industriële' bedrijven met koeien op stal, die mest afvoeren en laten verwerken, en veel (ruw)voer aanvoeren.

Lees of download het rapport Melkveehouderij na de quotering - grondgebonden en 'industriële' bedrijven (pdf)


Recensie Veldgids exoten

Boekrecensie: "Veldgids exoten" is een kleine goudmijn

Recensent: Wouter van der Weijden.
Auteurs: Rob Leewis i.s.m. Arjan Gittenberger e.a.

Recensie in Bionieuws, jaargang 23, 14 september 2013

Exoten staan steeds meer in de belangstelling. Ze zijn omringd met vooroordelen. Sommigen vinden ze bij voorbaat schadelijk en ongewenst, anderen heten ze welkom als een verrijking van onze flora en fauna. De nuance ontbreekt vaak. En als exoten in het nieuws komen is dat vaak ad hoc, gericht op één soort, zonder overzicht van het achterliggende proces van biologische globalisering.

De Veldgids Exoten vult beide lacunes op, althans wat betreft de Nederlandse flora en fauna.

Lees de hele recensie over de Veldgids Exoten, door Wouter van der Weijden (pdf)


Rapport: Waterkwaliteit binnen de normen.
Haalbaarheid en betaalbaarheid van ambities in
de 2e Nota Duurzame Gewasbescherming

Auteurs: J. Buurma (LEI), P.C. Leendertse en A. Visser

Juli 2013

Voor de beleidsperiode 2013-2023 heeft de overheid de 2e Nota Duurzame gewasbescherming opgesteld. Ter ondersteuning van dit proces hebben het LEI, CLM en RIVM een kosten-batenstudie uitgevoerd (Buurma et al., 2012). Bij de verdere voorbereiding van de 2e Nota heeft de overheid heldere doelen opgesteld voor de gewenste vermindering van het aantal normoverschrijdingen in oppervlaktewater, namelijk 50% minder in 2018 en 90% minder in 2023.
Om te bepalen of deze doelen realiseerbaar zijn met de voorgenomen maatregelen en of de maatregelen haalbaar en betaalbaar zijn, hebben de ministeries van EZ en I&M opdracht gegeven aan het LEI en CLM voor de uitvoering van dit onderzoek.

Lees of download het rapport Waterkwaliteit binnen de normen. Haalbaarheid en betaalbaarheid van ambities in de 2e Nota Duurzame gewasbescherming (pdf)


Rapport: Fosfaat, ammoniak en broeikasgassen in de melkveehouderij.
Effecten van maatregelen 2020 

Auteurs: Carin Rougoor, Emiel Elferink, Lien Terryn (CLM)
m.m.v. Co Daatselaar en Alfons Beldman (LEI) (Hoofdstuk 1)

Juni 2013

Dit rapport beschrijft de fosfaatexcretie vanuit de melkveehouderij in 2011 en de verwachting voor 2020 bij groei van de zuivelsector met 10 tot 20%. Effecten van mogelijke maatregelen om deze fosfaatexcretie te verminderen worden gekwantificieerd. Ook wordt berekend wat de gevolgen zijn van deze fosfaatmaatregelen voor de broeikasgasemissies en ammoniakemissie vanuit de melkveehouderij in 2020.

Lees of download het rapport Fosfaat, ammoniak en broeikasgassen in de melkveehouderij. Effecten van maatregelen 2020 (pdf)


Rapport: Toepassingen, gebruik en verbod vanRapport neonicotinoiden
drie neonicotinoïden in de Nederlandse land- en tuinbouw

Auteurs: J. van Vliet, L.N.C. Vlaar en P.C. Leendertse

Juni 2013

De Europese Commissie heeft een (tijdelijk) verbod afgekondigd op een aantal toepassingen van clothianidine, thiamethoxam en imidacloprid, in verband met mogelijke effecten van deze middelen op bijen. Op verzoek van Greenpeace Nederland analyseert CLM in welke gewassen, in welk type toepassingen en in welke hoeveelheden deze drie neonicotinoïden in Nederland worden gebruikt. Bekeken is welk deel hiervan valt onder het moratorium. Aansluitend analyseert CLM de effecten van het moratorium voor de Nederlandse land- en tuinbouw.

Lees of download het rapport Toepassingen, gebruik en verbod van drie neonicotinoïden in de Nederlandse land- en tuinbouw (pdf)


Voedsel, grondstoffen en geopolitiekVoedsel, grondstoffen en geopolitiek, rapportage aan het Platform Landbouw, Innovatie en Samenleving

Achtergrondrapport
De Europese Unie produceert meer dan genoeg voedsel voor de eigen bevolking. Die productie is afhankelijk van niet-vervangbare minerale grondstoffen zoals fosfaat, kalium, zink, seleen, molybdeen en borium. De EU heeft daarvan echter nauwelijks natuurlijke reserves en is dus sterk aangewezen op import. Deze import loopt risico’s als gevolg van geografische concentraties en geopolitieke veranderingen. De meeste genoemde grondstoffen zijn sterk geconcentreerd in een klein aantal landen. Kalium bijvoorbeeld is voor 81% geconcentreerd in twee landen en fosfaat zelfs voor 74% in één land: Marokko, inclusief de geannexeerde Westelijke Sahara.

Auteur: Eric Hees

Publicatiecode: 838, mei 2013

Download het achtergrondrapport Voedsel, grondstoffen en geopolitiek (pdf)

(Bestelinformatie: alleen digitaal beschikbaar)


Rapport Aardwarmte KoekoekspolderRapport: Aardwarmte, basis voor duurzame productie van warmte in de glastuinbouw

Inzicht in duurzaamheid van aardwarmte in het glastuinbouwcluster Koekoekspolder en de perceptie daarvan in de markt

Auteur: Laurens Vlaar, mei 2013

In 2011 is de eerste aardwarmtebron in het tuinbouwgebied Koekoekspolder aangelegd. In de loop van 2012 is deze aardwarmtebron in gebruik genomen en is er begonnen met het leveren van duurzame warmte aan de aangesloten tuinbouw-bedrijven. Door CLM zijn gegevens verzameld en geanalyseerd van de productie-periode van juli 2012 tot april 2013. Op basis van deze gegevens en een literatuur-studie is de duurzaamheid van het gebruik van aardwarmte kwalitatief en kwantitatief inzichtelijk gemaakt. Daarnaast is gekeken welke communicatie-mogelijkheden er zijn om de gerealiseerde duurzaamheidswinst over het voetlicht te brengen. En zijn er handvaten aangereikt hoe het duurzaamheidsprofiel van de geothermische bron in de Koekoekspolder is te vermarkten.

Lees of download het rapport Aardwarmte, basis voor duurzame productie van warmte in de glastuinbouw (pdf)


Artikel: Einde melkquotering jaagt koeien de wei uit

Auteurs: Frits van der Schans  en Wouter van der Weijden.
In: Volkskrant online, 19 april 2013

De EU haalt in 2015 de rem van de melkproductie van de lidstaten. Dat zal leiden tot schaalvergroting in de melkveehouderij en tot weiden zonder koeien. Als we dat willen voorkomen moeten we snel zijn.

Lees of download het artikel: Einde melkquotering jaagt koeien de wei uit (pdf)


Artikel: Einde quotering vraagt om robuuste melkveehouderij

Auteurs:
Frits van der Schans, Jan Cees Vogelaar (melkveehouder) en Willem van Laarhoven (Valacon advies).
In: Boerderij, 19 april 2013

Het  grondgebonden familiebedrijf blijft ook na de melkquotering de meest robuuste basis van de melkveehouderij. Frits van der Schans, Jan Cees Vogelaar en Willem van Laarhoven pleiten daarom voor een plafond aan de melkproductie per hectare en voor samenwerking tussen alle betrokken partijen.

Lees of download het artikel Einde quotering vraagt om robuuste melkveehouderij (pdf)


Rapport Analyse vertrouwelijke studies over imidacloprid en bijenRapport: Analyse van vertrouwelijke studies over imidacloprid en bijen

Auteurs: Ir. J. van Vliet en Dr. P.C. Leendertse

April 2013

Op verzoek van Natuur & Milieu heeft CLM een analyse gemaakt van vertrouwelijke studies over risico’s van het bestrijdingsmiddel imidacloprid op bijen via een tweetal bezoeken in de ‘reading room’ van Bayer. In de vertrouwelijke studies is soms sprake van te gunstig gekozen proefopzetten waardoor resultaten een te positief beeld geven. Ook is de hoeveelheid beschikbare informatie te dun om risico’s van imidacloprid voor bijen uit te sluiten.

Lees of download het rapport: Analyse van vertrouwelijke studies over imidacloprid en bijen (pdf)


Rapport Bewegingen en trends binnen de landbouw ten aanzien van energie en klimaatRapport: Verwaarden van goed
bodemkoolstofbeheer in de landbouw

Auteurs: Ir. G.U.Kuneman

Maart 2013

Samen met LBI en Alterra heeft CLM de haalbaarheid onderzocht van een systeem van verhandelbare carbon credits voor vastlegging van koolstof in de bodem. In pilots bij boeren bekeken we de fysieke en teeltkundige aspecten. Daarnaast hebben we de praktische en juridische haalbaarheid van een credit systeem geanalyseerd, en samen met een brede groep stakeholders op haalbaarheid getoetst.
Bodem-C kan prima dienen als indicator voor een goede bodem. Die bodemkoolstof kan redelijk goed worden ingeschat met een model zoals de in dit project ontwikkelde online Bodemkoolstofmodule, onderdeel van de Klimaatlat+. De maatregelen om het bodem OS gehalte te verhogen zijn vaak al bekend. Toch is een extra prikkel voor de boer blijkbaar nodig. Een betaling voor bodemdiensten zoals CO2-vastlegging kan daar een onderdeel van zijn, maar de prijs van carbon credits is op dit moment te laag om zo’n prikkel te vormen.

Lees of download het rapport: Verwaarden van goed bodemkoolstofbeheer in de landbouw (pdf)


Rapport: Kosten en baten voor de landbouw van schadesoorten

Auteurs: Dr. ir. J.A. Guldemond, Ir. H.J. den Hollander, Ir. E.A.P. vvan Well, en D.D.J. Keuper

Maart 2013

Rapport Kosten en baten voor de landbouw van schadesoorten

Uit onderzoek over de periode 2008-2010 blijkt dat de totale faunaschade in de landbouw wordt geschat op € 96 mln. Gemiddeld 23% hiervan wordt door de overheid vergoed, nl. €22,3 mln. Veel schade wordt niet opgegeven (€13 mln); is van zogenaamde vrijgestelde soorten, waar geen schadevergoeding voor wordt gegeven (€35 mln); of bestaat uit niet-vergoede bijkomende schade (€5,6 mln). Andere kosten betreffen schadepreventie (€2,7 mln) en de arbeidskosten voor het verjagen (€17,7 mln). De totaal geschatte schade van €96 mln is 1,5% – 2% van de totale productieopbrengst van €5 – 6 miljard voor de sectoren waar faunaschade optreedt.

Lees of download het rapport: Kosten en baten voor de landbouw van schadesoorten (pdf)


Eindrapportage: ontwikkeling regionaal stikstofplafond

Rapport Ontwikkeling regionaal stikstofplafond

Auteurs:
A. Bleeker (ECN), A. Hensen (ECN), C. Rougoor (CLM)

Januari 2013

Dit rapport beschrijft de ontwikkeling van een methodiek voor een integraal stikstofplafond op gebiedsniveau. Integraal houdt in dat naast de landbouw ook andere sectoren worden meegenomen; verkeer, industrie, consumenten.
Het rapport bestaat uit twee delen: de haalbaarheid van een stikstofplafond methodiek wordt beschreven en vervolgens wordt de methodiek uitgewerkt voor een voorbeeldregio.

We concluderen dat een integraal stikstofplafond een duidelijke meerwaarde heeft als 'beleidsindicator. Het levert namelijk inzicht in de manier waarop maatregelen op een kosteneffectieve manier kunnen worden ingezet. Vanwege het integrale karakter van het systeem worden negatieve afwentelingseffecten voorkomen. Voor de succesvolle toepassing van deze methodiek is de databeschikbaarheid op lokaal schaalniveau een belangrijke voorwaarde.
Het onderzoek is gezamenlijk uitgevoerd met ECN en in opdracht van het ministerie van I&M.

Lees of download de eindrapportage Regionale ontwikkeling stikstofplafond (pdf)


Publicatie bestellen?
Mail .