CLM Animatie




Milieubeweging moet prioriteiten inzake voedsel herzien

Vorige week sloeg het RIVM alarm over de gevolgen van ongezonde voeding voor de volksgezondheid. Consumenten eten onder meer te weinig groenten en fruit. Dat staat haaks op campagnes van milieuorganisaties.

Milieu- en consumentenorganisaties voeren al jaren campagne tégen bestrijdingsmiddelen in voedsel en vóór biologische landbouw. Het lijkt er op dat beide prioriteiten toe zijn aan heroverweging.

Eerst de bestrijdingsmiddelen. Vorige week publiceerde het RIVM het rapport Ons eten gemeten over de gevolgen van voedselconsumptie voor de volksgezondheid. De cijfers zijn schokkend. Veel Nederlanders eten te weinig vis, groenten en fruit; en te veel verzadigde vetten. Bovendien eten de meeste mensen te veel en bewegen ze te weinig. Gevolg: toename van diabetes type 2, kanker en hart- en vaatziekten. Het RIVM schat dat jaarlijks 13.000 mensen overlijden aan ongezond eten en 7.000 aan teveel eten. Het risico bestaat zelfs dat voor het eerst sinds lange tijd een nieuwe generatie minder oud zal worden dan de vorige. Opvallend is dat het RIVM mild is over de voedselveiligheid, dus over ziektekiemen en toxische stoffen in voedsel. Dat was toch al geen belangrijke doodsoorzaak, maar bovendien is daar de laatste jaren veel aan verbeterd. Naar schatting overlijden 20-200 per jaar aan onveilig voedsel. Dat is minder dan 2 % van het aantal dat overlijdt aan ongezond of teveel eten. Het RIVM adviseert dan ook terecht om prioriteit te geven aan het terugdringen van overgewicht en aan verbetering van de samenstelling van het voedsel.

Dit verhaal is niet nieuw. Vorig jaar december kwam de Stuurgroep Technology Assessment van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit al tot overeenkomstige conclusies. Des te opvallender is het dat de Vereniging Milieudefensie en de Stichting Natuur en Milieu samen met consumentenorganisatie Goede Waar & Co dit jaar voor een campagne tegen bestrijdingsmiddelen in voedingsmiddelen hun keus hebben laten vallen op groenten en fruit. Elke maand laten zij residumetingen verrichten in supermarkten en zoeken zij met de resultaten de publiciteit. Bij elke normoverschrijding worden alle registers van akelige ziekten opengetrokken. En zelfs kinderdagverblijven worden benaderd.

Is dat wel goed voor de volksgezondheid? Milieu- en consumentenorganisaties hebben het volste recht om alarm te slaan als supermarkten in ernstige mate normen overschrijden. Maar als keer op keer zelfs bij geringe overschrijdingen de risico’s zo worden uitvergroot als de organisaties doen, ontstaat een veel groter risico: dat consumenten kopschuw worden gemaakt voor groenten en fruit, terwijl de consumptie daarvan juist broodnodig omhoog moet. (Terzijde: de term "broodnodig" is achterhaald. In een gezond dieet zijn groenten en fruit onmisbaar, brood niet). De organisaties voegen aan hun alarmverhalen weliswaar standaard de zin toe dat consumptie van groenten en fruit belangrijk is, maar het is de vraag of dat veel uithaalt. Zij veronderstellen dat hun campagne alleen effect heeft op de residugehalten, niet op de consumptie van groenten en fruit als zodanig. Maar dat laatste is nergens op gebaseerd en zelfs onwaarschijnlijk. Als de organisaties zich echt willen inzetten voor de volksgezondheid, zouden zij eerst moeten proberen de consumptie van groenten en fruit omhoog te krijgen en pas in de tweede plaats om de residuen omlaag te krijgen. Nu zij dat omdraaien, doen zij de volksgezondheid waarschijnlijk meer kwaad dan goed.

Zoals er kritiek mogelijk is op de prioriteitstelling van de organisaties inzake problemen, zijn er ook vraagtekens te zetten bij hun favoriete oplossing: biologische landbouw. De organisaties hebben Den Haag, Brussel en de supermarkten jarenlang onder druk gezet om biologische landbouw te steunen. Minister Brinkhorst liet zich in zijn periode als minister van Landbouw verleiden tot een doelstelling van "10% biologisch" in 2010. En Albert Heijn koos zelfs voor 15% biologisch varkensvlees binnen enkele jaren. Dat zijn illusies gebleken, want ondanks decennia van campagnes en miljoenen overheidssteun bedraagt het marktaandeel van biologisch voedsel nog altijd slechts 1,6% en stagneert de groei. Consumenten doen gewoonweg niet wat de organisaties willen. Nu is de biologische landbouw een zeer waardevolle en interessante vorm van landbouw die groeikansen heeft en steun verdient. Maar de groeiverwachtingen zijn volstrekt overtrokken en dat leidt tot frustraties. Vorig jaar zag Albert Heijn zich zelfs genoodzaakt biologische varkenshouders te helpen terug te schakelen naar gangbare productie.

Het lijkt tijd dat de milieu- en consumentenorganisaties hun strategische prioriteiten gaan herijken. Wat zijn grote en wat zijn kleine problemen? Wat zijn grote en wat zijn kleine oplossingen? En wat zijn verstandige prioriteiten? Wat betreft bestrijdingsmiddelen: als de organisaties hun campagne willen doorzetten, doen zij er verstandig aan groenten en fruit verder buiten schot te laten.

Dit artikel is in enigszins ingekorte en aangepaste vorm gepubliceerd in Trouw d.d. 17 september 2004 door Wouter van der Weijden en Kees-Jaap Hin.


Sluit venster