CLM Animatie




Weidevogels ook in reservaten niet veilig

Dit artikel is in enigszins ingekorte en aangepaste vorm gepubliceerd Dagblad Tubantia d.d. 15 april 2006 door Adriaan Guldemond en Wouter van der Weijden.

De weidevogels zijn weer terug in de weilanden. Dat is een prachtig gezicht, maar helaas gaan hun aantallen al jaren alarmerend achteruit. Natuurbeschermers wijzen met de beschuldigende vinger naar de boeren en de boeren wijzen naar roofdieren zoals de vos. Dat zijn halve waarheden. Het staat vast dat tenminste drie factoren een belangrijke rol spelen: de landbouw, roofdieren en ondoelmatig beheer van reservaten.

De landbouw eist een hogere tol dan vroeger. Boeren maaien veel sneller en grootschaliger dan voorheen. Dat leidt begin mei tot een kaalslag waarbij eieren en jonge vogels sneuvelen en er voor jonge grutto’s te weinig lang gras overblijft om voedsel te kunnen vinden. Bovendien hebben de jongen minder dekking tegen roofdieren. Tegenwoordig kunnen boeren in de meeste weidevogelgebieden beheerscontracten afsluiten, waarbij zij tegen vergoeding later maaien. Maar die contracten zijn niet altijd effectief. Zo liggen ze soms op percelen waar weinig vogels zijn te verwachten, bijvoorbeeld langs wegen of dicht bij de boerderij.

Recent onderzoek wijst uit dat maar liefst 27 procent van de eieren en zo’n 60 procent van de kuikens van weidevogels ten prooi valt aan roofdieren. Het aantal vossen, buizerds, bruine kiekendieven en kraaien is de laatste tien jaar flink toegenomen. Let wel: in de west-Nederlandse weidegebieden kwamen buizerd en vos destijds niet eens voor.

Het meest verrassend is dat ook in diverse weidevogelreservaten de aantallen weidevogels dramatisch zijn teruggelopen. Dat komt vooral door ondoelmatig beheer. Veel terreinbeheerders hebben te lang vastgehouden aan het idee dat het voor weidevogels goed is te stoppen met beweiden en bemesten. Maar dat pakt averechts uit, want zonder dierlijke mest verzuurt de bodem en verdwijnen regenwormen. Gevolg: minder voedsel voor de weidevogels. Ook zijn door verbossing en verruiging veel reservaten voor weidevogels ongeschikt geworden. Schrijnende voorbeelden zijn het Varkensland en de Eilandspolder in Noord-Holland.

Ook zijn prima weidevogelreservaten opgeofferd aan natuurontwikkeling. Schotse Hooglanders of andere grazers mogen het gebied dan licht begrazen om zo meer ‘echte’ natuur te krijgen. Maar het aantal weidevogels nam door die verruiging dramatisch af.
oorbeelden: de Peizer- en Eeldermade in Drenthe en de Gelderse Poort en andere Gelderse uiterwaarden. Plaatselijk hebben natuurorganisaties, als hun beheer had gefaald, niet het beheer verbeterd maar doodleuk de doelstelling veranderd in ‘botanisch beheer’. Voorbeelden zijn de oeverlanden rond het Leekstermeer in Drenthe en Groningen of het Bûtenfjild bij Veenwouden, Friesland. Natuurmonumenten erkende al in 2001 dat het in tweederde van hun weidevogelreservaten niet goed ging met de weidevogels.
In éénderde had men de weidevogels zelfs al opgegeven.

Maar er lijkt een kentering gaande. Boeren worden herondekt als onmisbare beheerder. Sommige terreinbeheerders zijn weer begonnen te bemesten, te bekalken en bosjes op te ruimen. Dat leverde bijvoorbeeld in het Noorhollandse Ilperveld al snel meer weidevogels op. In het Noorden hebben terreinbeheerders ‘opkrikplannen’ laten maken om de weidevogels terug te krijgen.

Maar geen misverstand: ook in de ‘boeren-weidevogelgebieden’ is een betere aanpak nodig. Zo moeten contracten voor ongeschikte percelen niet worden verlengd en moeten nieuwe contracten ecologisch worden getoetst. Ook is meer samenhangend beheer nodig in grotere gebieden. Dat kan met een mozaïek van beweide, vroeg gemaaide en laat gemaaide percelen. De vogels hebben dan het hele voorjaar voedsel en dekking. In Noord-Nederland is aangetoond dat dit werkt. Tegelijk moet in weidevogelgebieden waar nodig de druk van roofdieren worden beperkt. Vaak zijn het karakteristieke open landschappen en daar is het passend en effectief om bomen en bosjes te kappen. Waar de druk van de vos hoog is, mag ook bejagen niet taboe zijn. Zelfs Natuurmonumenten doet dat plaatselijk.
Tenslotte moet de wildgroei van bebouwing worden afgeremd terwille van open landschappen en weidevogels.

Weidevogels zijn schitterende vogels, waarvoor Nederland een mondiale verantwoordelijkheid heeft. In debatten over hun teruggang wijzen boeren en natuurbeschermers vaak naar elkaar. Dat leidt tot niets. Beide partijen moeten bereid zijn hun vooroordelen los te laten, hun eigen beperkingen onder ogen zien en te erkennen dat zij de vogels alleen kunnen redden door beter samen te werken.


Sluit venster