Kabinet doorkruist samenwerking tussen boeren en natuurbeschermers
Dit artikel is in verkorte vorm verschenen in Trouw d.d. 20 november 2002 door Wouter van der Weijden en Adriaan Guldemond.
De drastische bezuinigingen van het kabinet op het natuurbeleid zijn schadelijk voor de natuur. Maar doordat ze eenzijdig zijn doorkruisen ze bovendien de samenwerking tussen boeren en natuurbeschermers die de laatste jaren was opgebloeid.
Natuurbeheer
Het kabinet gaat met steun van de Tweede Kamer fors bezuinigen op het natuurbeleid. Dat is een tegenslag voor de natuur, maar weinig verrassend nu de economie tegenzit. Wel verrassend is dat het kabinet eenzijdig bezuinigt op het budget voor aankoop van landbouwgrond voor natuurdoeleinden, zoals beheer van weidevogels en akkerplanten. Dat budget wordt meer dan gehalveerd. Het budget voor natuurbeheer door boeren blijft ongemoeid en zal zelfs licht stijgen. Een grote groep ecologen heeft tegen deze bezuiniging en verschuiving protest aangetekend. In Podium van 12 november schreven twee van hen zelfs "Veerman is een ramp voor de natuur".
Nu is het wat vreemd om deze minister verantwoordelijk te stellen voor keuzes die zijn gemaakt in een Strategisch Akkoord dat al klaar was voordat hij aantrad. Belangrijker is het voornaamste argument van de protesterende ecologen is: beheer door natuurorganisaties zou veel meer natuur opleveren dan beheer door boeren. Dat argument klopt in veel gevallen: er zijn heel wat terreinen waar boerenbeheer (nog) weinig effect heeft gehad. Maar er bestaat ook boerenland waar het beheer wel succesvol is, bijvoorbeeld in Waterland (weidevogels) en Groningen (akkervogels). Omgekeerd zijn er ook terreinen waar het beheer door natuurorganisaties heeft gefaald, zoals in diverse weidevogelreservaten in Noord-Holland. Daarbij moet worden aangetekend dat er aan de kwaliteit van het beheer door zowel boeren als natuurorganisaties nog veel valt te verbeteren. Wat dat betreft hebben de meeste protesterende ecologen boter op hun hoofd: zij hebben wel gewerkt aan een beter beheer van natuurterreinen, maar niet of nauwelijks aan verbetering van het agrarisch natuurbeheer. Dat neemt niet weg dat hun zorgen deels gerechtvaardigd zijn.
Maar er is ook andere kritiek mogelijk op het natuurbeleid van het kabinet. Zoals samenwerking tussen werkgevers en werknemers essentieel is voor een goed draaiende economie, zo is samenwerking tussen boeren en natuurbeschermers essentieel voor het behoud van de groene ruimte. Begroeven werkgevers en werknemers de strijdbijl in 1982 bij het Akkoord van Wassenaar, in de jaren '90 zijn ook boeren en natuurbeschermers in veel gebieden met elkaar gaan samenwerken. De Vereniging Natuurmonumenten erkent dat boeren in staat zijn tot bepaalde vormen van natuurbeheer, en dat zij voor het beheer van weidevogels en het cultuurlandschap zelfs onmisbaar zijn. Boeren hebben zich in tal van gebieden georganiseerd in verenigingen voor agrarisch natuur- en landschapsbeer. Deze verenigingen werken in veel gebieden samen met Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en provinciale landschappen. De samenwerking verloopt soms moeizaam, maar vaak ook uitstekend. Dat is een hoopgevende ontwikkeling.
Deze ontwikkeling wordt echter doorkruist door het kabinetsbeleid, en wel om drie redenen.
Ten eerste: samenwerking gedijt vaak het best als partijen elkaar nodig hebben, gelijkwaardig zijn en een vergelijkbare invloed hebben. Dat geldt niet alleen voor werkgevers en werknemers, maar ook voor boeren en natuurbeschermers. Vorige kabinetten hebben voorwaarden geschapen voor die gelijkwaardigheid. Boeren kregen gebieden toegewezen waar zij natuurcontracten konden afsluiten, natuurorganisaties gebieden waar zij landbouwgrond konden aankopen. Het beheer van die gronden konden zij vervolgens uitbesteden aan boeren. Over al die zaken kon worden onderhandeld op min of meer gelijkwaardige basis. Maar door de eenzijdigheid van de bezuiniging wordt de gelijkwaardigheid aangetast en dat gaat ten koste van de animo van boeren om samen te werken.
Ten tweede: samenwerking is gebaat bij continuïteit in het beleid en in de bijpassende budgetten. Bij iedere kabinetsformatie zullen bepaalde verschuivingen optreden, maar de onverwacht grote verschuivingen waarvoor nu is gekozen verstoren de samenwerking. Bovendien ondermijnen ze het vertrouwen in de overheid. Verspeelde het vorige kabinet soms het vertrouwen van boeren door toegezegde vergoedingen voor agrarisch natuurbeheer veel te laat uit te betalen, het huidige kabinet verspeelt vertrouwen bij natuurorganisaties en ecologen. Het zigzag-beleid ontmoedigt ook lange termijn planning en investeringen, die beide zo belangrijk zijn voor duurzaam natuurbeheer.
Ten derde: de landbouwgronden die als gevolg van de bezuinigingen niet worden aangekocht door natuurorganisaties wil het kabinet laten beheren door particulieren, zoals landgoedeigenaren en boeren. Daar hoeft op zichzelf geen bezwaar tegen te zijn. Het gaat er immers niet om wie het beheer doet, maar of het beheer goed gebeurt. Natuurorganisaties vinden dat zij het beheer het beste zelf kunnen doen, maar zoals we zagen zijn er gevallen waarin boeren het beter doen. Knelpunt is wel dat tot dusver nog maar weinig particulieren belangstelling hebben getoond voor beheer van landbouwgrond die de hoofdfunctie natuur heeft gekregen. Die belangstelling zal mogelijk groeien, maar daar mag het kabinet niet te zeer op vooruitlopen.
Na de verkiezingen zal er een nieuw regeerakkoord komen. Dat biedt een goede kans om de gemaakte fouten te herstellen en het beleid weer meer richten op continuïteit, evenwicht en samenwerking tussen natuurbeheerders en boeren. Bouwstenen voor zo'n beleid zijn:
- beëindigen van het zigzag-beleid en creëren van zekerheid op middellange termijn over bud-getten;
- een beter en meer stabiel evenwicht tussen aankoop van landbouwgrond en agrarisch natuurbeheer;
- bevorderen van de samenwerking tussen boeren en natuurorganisaties in de regio, onder meer door het scheppen van gelijkwaardige verhoudingen;
- erkennen van agrarische natuurverenigingen als volwaardige partner bij het afsluiten van natuurcontracten;
- bevorderen van de oprichting van nieuwe organisaties waarin boeren en natuurbeheerders samenwerken op gelijkwaardige basis.
Wat voor beleid er ook komt, essentieel is dat de resultaten van het beheer terdege worden gemeten en geëvalueerd. En dan niet alleen het beheer door boeren en andere particulieren, maar ook het beheer door natuurorganisaties. Op basis daarvan moet het beleid periodiek worden bijgesteld.
De Tweede Kamer kan deze week bij de behandeling van de begroting van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij een eerste aanzet geven voor zo'n beleid.
Sluit venster |