CLM Animatie




Weidevogels en predatie

Dit artikel is in enigszins ingekorte en aangepaste vorm gepubliceerd in Bionieuws d.d. 7 april 2006 door Adriaan Guldemond en Wouter van der Weijden.

Op 24 maart schrijven Christiaan Both e.a. een reactie op een artikel over weidevogels en predatie in Bionieuws van 10 maart jl. Zij geven terecht aan dat de hoge predatie mede veroorzaakt kan worden door andere factoren, zoals een verminderde conditie van weidevogeljongen door habitatverandering. Maar het is onjuist om predatie daarmee af te doen als factor van weinig belang:

  • Het aantal predatoren is in de weidevogelgebieden de afgelopen 30 jaar fors toegenomen. Een vergelijking van de populatiegrootte uit de Sovon broedvogelatlassen uit de periode 1973-1977 met die van 1998-2000 laat zien dat de buizerd in aantal is verviervoudigd, de zwarte kraai is verdrievoudigd en de bruine kiekendief bijna is verdubbeld. Al deze soorten zijn met name in het (open) agrarische gebied toegenomen. Bovendien heeft de vos begin jaren ‘90 veel open weidegebieden gekoloniseerd.
  • De slechte conditie van de kuikens kan een rol spelen bij hun predatie, maar niet bij die van de eieren.
  • De slechte conditie van de kuikens kan de kans op predatie verhogen, maar het omgekeerde is ook waar: frequent ontwijken van predatoren kost energie en kan leiden tot chronische stress waardoor de natuurlijke weerstand van vogels wordt aangetast.

Naast predatie spelen de volgende factoren een belangrijke rol in de achteruitgang van de weidevogels:

  • In de landbouw wordt, vergeleken met 30 jaar geleden, vroeger gemaaid. Maar nog belangrijker is dat de laatste 10 jaar veel sneller en massaler wordt gemaaid, waardoor er begin mei een kaalslag in de graslanden plaatsvindt. Naast de sterfte door het maaien, blijft er voor met name gruttojongen geen langer gras meer over voor voedsel en dekking.
  • Weidevogelgebieden ‘verbomen’: er komen in de open gebieden steeds meer (moeras)bosjes, boomsingels en bomen. Ideale broedplaatsen voor buizerd en zwarte kraai.
  • Maar wat weinig mensen weten: ook in vrij veel weidevogelreservaten is sprake van slecht beheer. Ten eerste wordt er vaak onvoldoende of in het geheel niet bemest, waardoor de zuurgraad van de bodem zo laag wordt  dat regenwormen, stapelvoedsel voor veel weidevogels, verdwijnen. Daarnaast spelen het ontstaan van (moeras)bosjes en verruiging een negatieve rol. Natuurmonumenten gaf in 2001 al aan dat het in tweederde van hun weidevogelreservaten niet goed gaat met de weidevogels.

Het is riskant om je blind te staren op één van deze factoren. Ze moeten allemaal worden aangepakt.


Sluit venster