CLM Animatie




Agrarisch natuurbeheer: natuurverenigingen boeken resultaat in de slootkant

Dit artikel is in enigszins ingekorte en aangepaste vorm gepubliceerd in het Agrarisch Dagblad d.d. 4 februari 2006 door door Adriaan Guldemond (senior projectleider CLM), Lies Leewis (student VU Amsterdam) en Geert de Snoo (hoogleraar agrarisch natuur- en landschapsbeheer aan de Universiteit Wageningen).

Agrarisch natuurbeheer ligt onder vuur, maar er zijn ook positieve geluiden. Slootkantbeheer is succesvol bij een aantal agrarische natuurverenigingen in het westen van het land.

De laatste jaren is het agrarisch natuurbeheer regelmatig onder vuur genomen, omdat het geen resultaten zou opleveren. Recent heeft de Natuurbalans en een Europese studie daar nog de aandacht op gevestigd. De ontwikkeling van de weidevogelstand baart dan ook zorgen. De grutto gaat nog steeds achteruit, niet alleen op het boerenland maar ook in de reservaten.

Toch is er ook goed nieuws te melden. In een studie naar de resultaten van het slootkantbeheer blijkt bij vijf van de acht agrarische natuurverenigingen in het westelijk veenweidegebied slootkantbeheer een statistisch significant positief effect heeft. De deelnemers krijgen uitbetaald naarmate ze in de slootkant een groter aantal indicatorsoorten hebben staan. Deze indicatorsoorten zijn vertegenwoordigen een grotere groep slootkantsoorten.

Er is gekeken naar de ontwikkeling van het aantal indicatorsoorten over een periode die varieerde van 4 tot 7 jaar. Bij vier verenigingen neemt het aantal indicatorsoorten toe (De Amstel (NH), Den Hâneker, Weide en Waterpracht (ZH), Utrechtse Venen (U)). Bij één vereniging blijft het aantal indicatorsoorten gelijk, hoewel het in de controle afneemt (Waterland (NH)). Bij drie verenigingen vindt er geen verandering plaats (Ark en Eemlandschap (U), Vechtvallei (U en NH), Weidehof Krimpenerwaard (ZH)). Deze verenigingen hebben al een relatief hoog aantal indicatorsoorten of doen pas kort mee met slootkantbeheer. De onderzochte verenigingen hebben van ruim 100 tot meer dan 2.300 km slootkant onder beheer (gemiddeld 950 km in het laatste onderzoeksjaar).De conclusies zijn daardoor gebaseerd op een groot gegevensbestand, omdat de resultaten per kilometer slootkant worden bijgehouden.

De verenigingen hebben gemiddeld 3 tot 5 indicatorsoorten per slootkant. Individuele bedrijven kunnen echter wel tot 18 indicatorsoorten hebben. De totale toename bij de verenigingen is in de periode dat is waargenomen ongeveer een halve tot één indicatorsoort. Een toename van ongeveer 20%. Dit zijn geen spectaculaire, maar wel bemoedigende resultaten. Stel ,je voor dat we dat ook in de EHS kunnen realiseren.

We hebben geconstateerd dat de manier waarop de natuurverenigingen de gegevens verzamelen nogal verschilt, wat vergelijking lastig maakt. Om dit te verbeteren is standaardisering van de dataverzameling nodig. Nu werken de verenigingen met verschillende lijsten van indicatorsoorten. Dat is wel te begrijpen, omdat de gebieden in soortensamenstelling kunnen verschillen. Maar het gevolg is dat je verenigingen moeilijk met elkaar kunt vergelijken. Het gebruiken van een standaardlijst van indicatorsoorten, zoals de SAN-lijst,  is daarom noodzakelijk.

Daarnaast verschillen de verenigingen in de manier waarop de data worden vastgelegd. Om de kwaliteit van het agrarisch natuurbeheer te vergroten, is optimalisatie van het gegevensbeheer noodzakelijk. Het gebruik van ruimtelijke informatiesystemen (GIS) om de data op te slaan vergroot de mogelijkheden om de gegevens te analyseren. Hier hebben sommige verenigingen al een begin mee gemaakt. Ook kunnen GIS kaarten worden gemaakt die laten zien hoe de verschillende delen van het werkgebied van de natuurvereniging scoren.

Natuurlijk Platteland Nederland (NPN) zou een voortrekkersrol kunnen spelen om een deugdelijke, efficiënte en uniforme dataverzameling te bewerkstelligen. Dan hebben de verenigingen én NPN vitale informatie in handen, waarmee ze het beheer kunnen verbeteren, en aan hun leden en de samenleving kunnen laten zien wat hun natuurresultaten zijn. Daarmee bevorderen ze een transparante communicatie over het agrarisch natuurbeheer.


Sluit venster