CLM Animatie




Artikel gepubliceerd in Algemeen Dagblad, 4 maart 2009

Blaarkop is eigenlijk de ideale koe

De blaarkop, de ‘koe in jacquet’ is de afgelopen 25 jaar nagenoeg uit de weiden in het Groene Hart verdwenen. Het ouderwetse koeienras is verdrongen door haar zwartbonte Fries-Hollandse en Holstein-Frisian zusters die enorme melkproducenten zijn.

De blaarkop verdient het echter om in ere te worden hersteld, vinden boeren uit Bodegraven, Zevenhoven, Zoeterwoude, Noordeloos, Warmond, Lexmond en Noordwijk. Het zwarte dier met de kenmerkende witte kop met zwarte vlekken (blaren) rond de ogen, witte buik en witte staartpunt is namelijk geknipt voor het Groene Hart: dé koe die past bij de toekomst van het veenweidegebied met meer agrarische natuur. Het CLM, dat in opdracht van de Provincie Zuid-Holland onlangs een rapport uitbracht over de blaarkop, concludeert dat de blaarkop op alle onderzochte gebieden goed scoort.

Eric Hees van CLM: ,,De blaarkop is 100 tot 150 jaar geleden vanuit Groningen naar het gebied rondom Leiden gebracht en daar bleek het de ideale koe voor tussen de steden te zijn! Juist in dit weidegebied floreert de blaarkop het best, als vlees- én als melkkoe. Het mooie is dat dat niet iets is van vroeger, maar ook voor de toekomst. En dat geeft toch een heel ander gevoel voor de boeren die nog steeds of juist weer blaarkoppen hebben. Het is goed nieuws voor die ondernemers, want dat zijn boeren natuurlijk, dat blaarkoppen houden niet zomaar een hobby is, een cultuurhistorisch aardig iets, maar ook economisch kansrijk.’’

blaarkop

Uit het rapport van CLM blijkt dat de blaarkop veel minder in de watten hoeft te worden gelegd dan de koeien die doorgaans de weiden van het Groene Hart begrazen. Mooi dus voor boeren die wel graag koeien willen houden, maar er niet te veel gedoe mee willen hebben. De blaarkop kan tot ver in de herfst buiten lopen en dus langer weidemelk leveren, doet het prima op natte weiden en de weilanden hoeven voor haar niet met veel kunstmest opgefokte biljartlakens te zijn: ze houdt juist van natuurgraslanden. Blaarkoppen zijn veel vriendelijker dan Schotse Hooglanders en zullen dus geen argeloze boerenpadwandelaars afschrikken. De blaarkop is gezond en vruchtbaar. De melkproductie blijft weliswaar nog flink achter bij die van de Holstein-Frisians, maar daar staat tegenover dat ze tot op hoge leeftijd veel melk geeft. ,,De veehouder moet met de blaarkop iets meer geduld hebben,’’ aldus CLM. Behalve een behoorlijke hoeveelheid melk levert de koe met de witte kop ook kwalitatief goed vlees.

De blaarkop is ook cultuurhistorisch gezien een verrijking voor het Groene Hart: ze hoort daar van oudsher thuis. In de 19e eeuw werden ze op de boerderijen rondom de steden vetgemest met spoeling (een bijproduct van het spoelen van graan) uit de stad. ,,Haar boter werd gekocht door de stadsmensen, haar mest ging naar de arme geestgronden in de bollenstreek,’’ weet Hees. In de veeteelt is de afgelopen jaren steeds verder doorgefokt met Holstein-Frisians en daardoor is een armoede aan genetische variatie ontstaan. ,,Behoud van de genenpool van oude rassen is nodig om in te kunnen spelen op de veranderende omstandigheden,’’ aldus het rapport.

Oude rassen stellen vaak weinig eisen aan hun omgeving. De erfelijke eigenschappen die daarvoor zorgen, kunnen in de toekomst broodnodig zijn om de moderne rassen minder kwetsbaar te maken.

Willem van Oosterom (35) uit Bodegraven is een van de acht boeren die veel op hebben met de blaarkop. Sterker nog: op het bedrijf aan de Oud Bodegraafseweg hebben ze sinds opa Van Oosterom daar in 1929 begon, geen andere koeien gehad. De Van Oosteroms zijn niet gezwicht voor het steeds toenemend aantal liters melk van de Amerikaanse Holstein koe. ,,Wij zijn ouderwets als je dat zo zou willen noemen,’’ zegt Willem. ,,Je zou het ook zo kunnen zien dat als je maar lang genoeg wacht, het oude vanzelf weer modern wordt. Die Holsteiners worden steeds groter en dan heb je ook weer een ander staltype nodig en wij vinden dat niet passen hier in ons ‘hoekie’. Wij doen niet mee aan steeds groter en groter. Zolang we hier een inkomen mee hebben, tenminste. Wij vinden de blaarkop een prima beest en we zien er nog steeds toekomst in.’’

De waardering voor de blaarkop is Willem van Oosterom met de paplepel ingegeven. Is het de ideale koe? ,,Ach, een koe is een koe,’’ relativeert de jonge boer. ,,Maar de blaarkop is een dier met een vriendelijk karakter.’’

Dromen heeft de jongste Van Oosterom wel: ,,Je moet een doel hebben, een uitdaging in je werk. Of het ooit lukt een blaarkop te fokken die ook 100.000 liter melk geeft, weet ik niet, maar je kunt het altijd proberen. Bij de zwartbonte weten ze dat al in een jaar tijd te bereiken maar bij de blaarkop zal dat altijd langer duren.’’

Download hier het CLM rapport


Sluit venster